Château de Virieu (1874), Johan Bartold Jongkind

Het is een schilderij uit een particuliere collectie en komt in weinig boeken over Jongkind voor: Château de Virieu, een olieverf op doek. Het toont de Place du Trêve in Virieu in 1874. Dit opmerkelijke werk is kenmerkend voor een schilder die zijn eigen stijl pas ontwikkelde nadat hij zich had losgemaakt van Nederland. In zijn vroege jaren was Jongkind in de leer bij Schelfhout, van wie leerlingen gewoonlijk de stijl van grootse winterlandschappen kopieerden. Het was een traditionele stijl die Jongkind beperkte en hij onttrok zich eraan tijdens zijn eerste reis naar Parijs, met een studiebeurs van koning Willem I op zak.

Parijs bood hem de vrijheid om een impressionisme te ontwikkelen dat veel anderen na hem inspireerde. Hij kon zich er losmaken van het nuchtere Nederlandse realisme. Zijn stijl, gecombineerd met zijn trouw aan de natuur, leverde hem waardering op bij Franse kunstenaars en kunstkenners. Jongkind schilderde wat hij zag en ontwikkelde een gewaagde stroming die hem steeds verder wegvoerde van de conservatieve Nederlandse stromingen. Zijn privéleven was al even wars van protestantisme. Jongkind was een amicaal man en sloeg gezelligheid en goede wijn nooit af. Die levensstijl leidde tot schulden in Parijs.

Vrienden hielpen hem die in 1856 terug te betalen door zijn werk in Frankrijk te veilen. Zelf keerde Jongkind tijdelijk terug naar Nederland om opnieuw geld te verdienen, maar ontdekte dat zijn impressionistische werk hier weinig belangstelling trok. Hij miste Frankrijk en zijn vrienden veilden in 1860 diverse werken van hem, om hem met de opbrengst ervan te laten terugkeren naar Parijs. Toch slaagde hij er niet in zijn oude leven weer op te pakken. Zijn drankgebruik had hem tot een verwaarloosde, verwarde man gemaakt die steeds minder in het openbaar verscheen.

Het echtpaar Josephine en Alexandre Fesser redde hem. De drie ontmoetten elkaar in Parijs en raakten voor het leven bevriend – sommigen beweerden zelfs dat Josephine een driehoeksrelatie met de schilder begon. Ze namen Jongkind mee naar le Nivernais, een streek waar de echtgenoot een kasteel beheerde. Later verhuisden ze naar de Dauphiné, waar Alexandre in 1870 in dienst trad van de markies de Virieu. Diens kasteel van Virieu koos Jongkind in 1874 als onderwerk voor dit werk.

Château de Virieu is een van de eerste werken die hij in het dorp maakte. Het is ook een van zijn grootste schilderijen. Het huis links was Jongkinds verblijfadres, hij koos dus het uitzicht dat hij had zodra hij de voordeur uitstapte. Toch schilderde hij het niet letterlijk voor de deur. Waar veel andere impressionisten hun definitieve werk buiten schilderden, maakte Jongkind aquarellen als ‘notitie’ die hij in zijn atelier uitwerkte. Bij die uitwerking ging hij ver, zoals Château de Virieu bewijst. De gevel rechts heeft opvallend zware verfstreken, de dikte van de verf beïnvloedt de lichtval en creëert daardoor diepte. Voor de smederij zit een echtpaar op stoeltjes, de huifkar aan de straat geparkeerd. Hun paard wordt zojuist beslagen, de stoomwolk van het afgekoelde hoefijzer drijft door de straat.

De Place du Trêve is weinig veranderd, al is het kasteel inmiddels verborgen achter bomen. Het huidige dorpsbeeld lost ook het raadsel rond de kleine driehoek in het huis rechtsboven op – een Mariabeeldje dat nog altijd in de gevel prijkt.

Met dank aan Studio2000, Blaricum.